Enge ziektes verspreidt hij niet.
Tenminste, ieder mens en ieder
dier kan ziektes verspreiden,
maar een rat die je in huis
houdt, is net zo veilig als een
hond of een kat. En voedsel van
mensen eet hij alleen wanneer
de mensen hem daarvoor de
kans geven.

In het wild leven ratten in groe-
pen. Het is niet helemaal duide-
lijk hoe die groepen werken. Of
ze streng georganiseerd zijn met
een baas aan de top en allemaal
volgelingen daaronder, of dat
iedere rat maar een beetje zelf
uitzoekt wat hij doen moet. Ze
verdelen in ieder geval het werk.

Als ze bijvoorbeeld hun hol ver-
laten, komt er eerst een verken-
ner met zijn kop uit de opening.
Die kijkt zorgvuldig rond en
snuffelt. Dan komt hij naar bui-
ten, gaat rechtop staan en snuf-
felt nog eens goed in alle richtin-
gen om zeker te weten dat er
geen gevaar is. Vindt hij dat alles
in orde is, dan loopt hij weg van
het hol en komen de andere rat-
ten meteen achter hem aan.
De verkenner-rat doet dit telkens
wanneer ze hun hol verlaten,
dat is zijn werk. Maar het aar-
dige is: de volgende dag doet
een andere rat dat werk en hoort
de verkenner van gisteren bij de

volgers. Ratten verdelen dus
hun werk, en zorgen meteen
voor afwisseling binnen de
groep. Ratten houden van
nieuwe dingen. Ze wonen ook
niet altijd op dezelfde plek, maar
reizen van de ene naar de andere
groep. En iedere groep heeft zijn
eigen manieren om in leven te
blijven.

Maarten 't Hart zag bijvoorbeeld
dat een groep die op een vuilnis-
belt woonde 's middags aan het
werk was, tijdens de pauze van
het personeel. Terwijl een groep
café-ratten netjes wacht tot de
laatste bierdrinker 's avonds laat
de deur achter zich dichttrekt
voor ze aan de restjes 'Broodje
Bal' beginnen.

Wat ratten in iedere groep vin-
den, en waar ze erg op gesteld
zijn, is gezelschap. Ze slapen
dicht tegen elkaar aan, likken
eikaars vachtje schoon, doen
'ratje over' en maken piepgeluid-
jes tegen elkaar, waarvan som-
mige zo hoog zijn dat mensen ze
niet kunnen horen.
Een tamme rat zoekt die gezel-
ligheid bij jou. Hij kruipt graag
op je hand, waar hij zijn snuitje
even tegen je aan wrijft, om dan
door te klimmen naar je schou-
ders en daar een holletje onder

je kleren te zoeken.
Ook bij mensen vinden ratten al
snel de beste manier om te
leven. Wanneer je thuiskomt,
herkent hij je voetstap al van
verre. Hij gaat rechtop staan en
snuffelt rond om zeker te weten
dat jij het bent. Op de gang roep
je zijn naam. Hij spitst zijn oor-
tjes en rent naar de deur waar je
altijd door naar binnen komt.
Daar wacht hij op jou. En al het
heerlijks dat je nu weer mee zal
brengen.

Niet alle knagers zijn zo slim als
ratjes. Wel kunnen muizen,
cavia's, hamsters en konijnen
allemaal tam worden. Ze vinden
het dan leuk om bij je te zijn en

geaaid te worden en sommige
zullen zelfs, net als een tamme
rat, luisteren wanneer je ze
roept. Maar met ze de stad in
gaan, zoals met een rat, dat lukt
niet. Een tamme rat kruipt lek-
ker onder je trui of in je jaszak,
maar de andere knagers zullen
vrijwel zeker bang worden, met
de kans dat ze gaan krabben of
bijten.

Ratten, muizen, cavia's, ham-
sters en konijnen hebben
scherpe, gebogen voortanden
die altijd doorgroeien. Door te
knagen slijpen ze telkens een
klein stukje van de tanden af.
Als ze niet kunnen knagen
groeien de tanden gewoon door,
net zolang tot het onmogelijk
wordt nog te eten. Dit gebeurt
soms ook bij aangeboren fouten
in het gebit. Ze moeten dan naar
de dierenarts, anders gaan ze
dood van de honger.
Behalve om aan voedsel en
harde dingen te knagen worden
de tanden en de nagels ook
gebruikt om gevaar op een
afstand te houden. En dat
gevaar kan ook een mens met de
allervriendelijkste bedoelingen
zijn.

Met diezelfde tanden en nagels
vechten knagers hun onderlinge
ruzies uit en wanneer je meer
dan één knaagdier hebt is de
kans daarop behoorlijk groot. De
meeste planteneters weten
tijdens het gevecht ook niet
wanneer ze moeten stoppen en
gaan maar door.
In groepen levende roofdieren
hebben dat niet. Twee vechtende
wolven stoppen wanneer de een
laat merken dat de ander gewon-
nen heeft. Twee vechtende hon-
den of katten net zo. De verlie-
zer biedt zijn hals of zijn buik
aan, waar de ander dodelijk in
zou kunnen bijten. De overwin-
naar staat er met blikkerende
tanden bij. En doet niets.
Planteneters, die er vaak zo lief
en pluizig uitzien, hebben zo'n
'bijtrem' niet. Hun wapens zijn
minder gevaarlijk en de verliezer
kan meestal makkelijk wegren-
nen. Maar wanneer ze in een
hok zitten kan dat niet. Dan
vechten ze door tot het bittere
eind.

Alle knagers planten zich snel
voort. Vorige eeuw waren er in
Australië nog geen konijnen.
Zeelieden hadden ze aan boord
om onderweg op te eten, en een
goeïge kapitein liet er in de

Australische bossen twaalf los.
Konden ze lekker rennen en zo.
Dat deden de konijnen. Vijftig
jaar later waren er meer dan
200.000.000 (tweehonderd mil-
joen).

Met een mannetje en een
vrouwtje bij jou thuis, gebeurt
ongeveer hetzelfde. Binnen een
paar jaar heb je een huis vol. En
het zouden er nog meer zijn als
de vader niet graag af en toe een

nest jonkies op zou eten.
Konijne- en hamstervaders zijn
gek op hun kinderen. Als je niet
wilt omkomen in de kleintjes,
moet je er niet meer dan één
nemen, alleen een mannetje of
een vrouwtje. Die moet dan wel
veel gezelschap van mensen
hebben. En als je er toch meer
neemt, dan zijn zusjes uit het-
zelfde nest het beste.

 

Verzorging

Uitlaten: een rat, hamster, cavia of konijn moet zeker een uur
per dag uit zijn hok kunnen om vrij rond te lopen. Een rat en
een konijn kun je, als ze goed tam zijn, buiten laten lopen. Een
hamster of cavia kun je beter binnen laten lopen anders is de
kans ze kwijt te raken nogal groot. Voor een muis in een groot
hok, waar voldoende spullen in staan om zich mee te amuse-
ren, is uitlaten niet echt nodig.

Wanneer je een knaagdier uitlaat, binnen of buiten, moet je
erbij blijven. Ze knagen aan alles wat er stevig uitziet, ze kun-
nen kwijtraken, iemand kan erop trappen en je vindt overal
pies en keutels. Een rat en een konijn kun je leren dat op een
vaste plaats te doen, een hamster, cavia of muis niet.
Hamsters en muizen zijn echte nachtdieren en moeten dus
's avonds uitgelaten worden. Overdag slapen ze, diep verbor-
gen onder het strooisel van hun hok. Vooral een hamster kan,
als je hem daarbij probeert te storen, krabben en bijten.

Eten: 1 of 2 keer per dag. Alle knagers eten kant-en-klaar
krachtvoer en kant-en-klare voermengsels, groenvoer, fruit,
groenten, hooi, granen en zaden. Hamsters houden ook van
insekten, en ratten en muizen eten zowat alles, tot zeep aan
toe. Vers water is altijd nodig.

Borstelen: ratten en muizen houden zelf hun vacht prima bij,
maar evengoed vinden ze het fijn om geaaid en geborsteld te
worden.

Bij een cavia of konijn, vooral de langharige soorten, is een
paar keer per week borstelen beslist nodig, anders gaat hun
vacht klitten. Hamsters maken nog wel eens bezwaar door te
krabben en te bijten.

 

Slaapplaats verschonen: de pies van knaagdieren stinkt behoor-
lijk. Het beste is het hok dagelijks te verschonen.

Kosten: afgezien van de aanschaf (veel knagers zijn gratis) kost
een konijn ongeveer een week zakgeld per week, een muis
hetzelfde per twee weken. De andere knagers zitten daar tus-
senin.

Dierenarts: problemen met de snijtanden en knippen van
nagels (vooral de eerste keer) zijn vaak reden om naar de die-
renarts te moeten met een knaagdier.

Leeftijd: in het algemeen geldt: hoe kleiner ze zijn hoe korter ze
leven. Gemiddeld leeft een konijn 8 jaar, een cavia 5 jaar, een
hamster 2 tot 3 jaar, een rat 2 jaar en een muis 1 jaar.

Het Huisdierenboek Voor Kinderen
titlepage.xhtml
Het huisdierenboek voor kinderen_split_000.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_001.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_002.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_003.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_004.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_005.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_006.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_007.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_008.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_009.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_010.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_011.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_012.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_013.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_014.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_015.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_016.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_017.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_018.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_019.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_020.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_021.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_022.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_023.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_024.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_025.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_026.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_027.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_028.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_029.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_030.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_031.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_032.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_033.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_034.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_035.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_036.htm
Het huisdierenboek voor kinderen_split_037.htm